Ja,dat is een lang verhaal. Na de tuinbouwschool kwam ik op de kwekerij te werken waar ik in m'n vrije tijd van school al werkte, en tussen de begonia's en azalea's gingen de dagen voorbij. Af en toe werd ik uitgeleend aan het bedrijf van een broer van die kweker. Ging dan naar de veiling in Berkel en Roderijs waar dat gevestigd was. Het was een inkoop centrale voor bloemisten uit de regio en ook wel daar buiten en ook werd er handel bedreven met Belgie. Bij Inkoop Service Berkel zoals het bedrijf toen was genoemd hadden ze ook een vrachtwagen. In die tijd reden ze nog met een Hanomag met rolluiken aan de zijkant en ook via de achterdeuren werden de planten op planken lagen geladen. In die tijd hadden we een spaanse klant van een van onze belgische klanten afgepikt en werden er trailers los geladen op de veiling. Ander halve meter losse planten op de vloer,pot op pot met houtwol er tussen met daar boven planken-lagen met kleine plantjes. Een hele dag waren we daar aan bezig. Ook ging ik vaak mee met de chauffeur om te helpen met laden en lossen. Met Jaap de toenmalige chauffeur kon ik het goed vinden. Al besmet met het chauffeurs virus door m'n vader begon de liefde voor het vak zich verder te ontwikkelen. Toen Jaap zijn dienstplicht ging vervullen werd het mijn beurt om het stuur over te nemen. Toen kwam ook de eerste auto met laadklep en werden de planten en bloemen op rolcontainers en veilingkarren vervoerd. Het was een Saviem wat van orgine een drankwagen was geweest. Dus iets te zwaar afgeveerd,wat nog weleens probleempjes opleverde. Planten stuiterde gewoon uit de bakjes van de karren af. Later kreeg ik een Mercedes 1619, hij werd gekocht bij van Vliet trucks. Het was een schade auto met een nieuwe cabine en een oude opbouw van van Spronsen. Op zich een fijne auto,alleen waren ze wat isolatie materiaal in de cabine vergeten waardoor je niet echt op de toerenteller hoefde te kijken. Maar ja,toen schakelde je nog op gehoor

Nog weer later kwam de eerste combinatie, een Daf 2300 overgenomen van Boekestijn uit de Lier. Gaande weg waren we ook verder weg gaan rijden na Belgie kwam ook Duitsland en Frankrijk voor de voorruit langs glijden. Spannend allemaal, omdat niemand eigenlijk wist hoe dat met douane en planteziektekundig diensten ging aan de grenzen. Moest dus heel veel zelf uit zoeken. Wat weleens problemen opleverde. Karren met plantjes die niet op de factuur stonden. Zo leer je praten met douaniers enz. Zaterdagmiddag aan de grens bij Arnhem staan en je vergunning vergeten zijn bijvoorbeeld. Hoe lul je je daar uit, want de klant wachte wel op zijn handel. Het lukte wel, een grote yucca en zielig kijken hielp nog in die dagen. Of voor het eerst naar Frankrijk. Daar ging je dan met je ex-61 document op naar Wuustwezel. Niemand wist hoe het moest. In Wuustwezel een t-document laten maken en dan inklaren in Port Fluvial bij Lille. Je wist niet eens waar het lag. Dus vragen maar aan de collega's onderweg. Ook in Port Fluvial was het weer zoeken probleem daar was dat ze daar alleen maar frans praten! Maar ach gaande weg leerde je de goede mensen kennen. Dan op naar Le petit Grissy. Theirry onze klant kwam me de eerste keer ophalen op Vemars de laatste parkeerplaats voor Paris. Maar ja ga met een vrachtwagen zo'n framboos maar eens volgen. Ik kwam er wel, ook al verloor ik hem regelmatig uit het oog. Daar aangekomen moest er gegeten worden. Dat was de eerste kennismaking met de franse keuken. Het beviel goed moet ik zeggen. De terugweg mocht ik zelf vinden, en om de stadse drukte te omzeilen ging het om de stad heen. Via de nationale routes richting Meaux om vandaar weer richting de A1 te rijden. En donker dat t was op al die weggetjes. Terug op de A1 was Lille weer het eerste obstakel. Alhoewel de A1 toen nog maar 2 banen breed was had je nog geen last van files. Wel kwam je er toen nog deux cheveaux's ( lelijke eendjes voor de geen die de taal niet machtig zijn) tegen met gloeiende spijker verlichting. In die tijd draaide zo'n apparaat nog op een 6 volt accuutje. Met al die peekaa's van mijn truck ( toch wel 230pk toen) waren dat niet echt obstakels. Als je er voorbij vloog zag je dan die raampjes zo mooi wapperen. Een machtig gevoel gaf dat joh!! En dan via Gent en Antwerpen als een raket naar Kanters aan de Moerdijk om daar nog wat te eten. Midden in de nacht kwam je thuis om van een lange nacht te kunnen genieten( vier uurtjes of zo) Een dagritjenoemde ze dat of ff langs Parijs of zo, dan stond de volgende klus alweer op je te wachten. Wat een leven zal je zeggen, en toch denk ik er met veel plezier aan terug. Mobiele telefoon had je toen niet dus je moest alles zelf oplossen en dat maakte het zo leuk. Ook als collega's was je op elkaar aangewezen, en deed je veel meer samen. Maar ja, dat was vroeger.